Beestjes, beestjes, allemaal beestjes
Iedere duivenliefhebber heeft het al wel een keer meegemaakt. Vol vertrouwen maak je een zak voer open om de mooie mengeling te gaan gebruiken. En wat schetst je verbazing er is wat aan de hand. Stof in de zak voer, spinseltjes, motjes of allemaal kleine zwarte kevertjes die hun best doen om uit de zak te komen……
Kortom: je staat met een (duur) betaalde zak voer en die voldoet niet aan de verwachtingen. Wat te doen? Terug naar de leverancier, niet begrepen worden, houdbaarheidsdatum op de zak is nog niet voorbij, onbegrip, stress, verwarring. Het is een situatie die iemand liever niet wil meemaken. En toch lijkt het er wel op dat het steeds vaker lijkt voor te komen.
Het is een omstandigheid die we als voederleverancier ook liever niet willen meemaken. Al vele jaren doen we onze uitstekende best om te voorkomen dat je als liefhebber hiermee geconfronteerd gaat worden. Steeds strengere ingangscontroles, screening van leveranciers van de grondstoffen. Al hetgeen mogelijk is wordt eraan gedaan.
De boeren verbouwen de granen en peulvruchten op het land en die worden in de oogsttijd geoogst en in silo’s opgeslagen. Een silo wordt voor de opslag van de nieuwe oogst grondig gereinigd en vrij gemaakt van alle residuen van de vorige oogst en gecontroleerd op ongedierte. Zo nodig wordt de silo behandeld met een insecticide om de aanwezige insecten te doden. Tot zover lijkt het allemaal goed te gaan. In geval van calamiteiten waren er middelen beschikbaar om granen te behandelen en de levende insecten te doden.
Al een aantal jaren zien we ondanks alle maatregelen een stijgende tendens in de aanwezigheid van ongedierte. Zelfs in partijen die direct na de oogst geleverd worden blijken ze al voor te komen. Het lijkt er wel op dat de uitdaging elk jaar groter wordt. De realiteit is echter dat we te maken hebben met levend materiaal waarbij een echte hitte behandeling niet is gewenst om de kiemkracht te kunnen behouden, steeds groter wordende eenheden van opslag en verwerking, steeds minder mogelijkheden om insecten effectief te kunnen bestrijden, steeds strenger wordende eisen aan de residuen van de verschillende chemische middelen die niet gewenst zijn.
Nog maar te zwijgen over de gemiddelde temperatuur invloeden waar een zak voer mee te maken kan krijgen alvorens die in de ton van het duivenhok wordt leeggemaakt. En ja, temperatuur is juist een hele grote vriend van alle insecten om de ontwikkeling ervan te stimuleren. Als de gemiddelde temperatuur onder de ca. 15 graden kan blijven dan is er niet heel veel aan de hand. We weten echter allemaal hoe warm het kan worden in het duivenhok of in de opslagplaats van hetvoer.
Er zijn een aantal mogelijkheden om ontwikkeling van de insecten zo veel mogelijk te beheersen. Voortdurende temperatuurbeheersing, een hele uitdaging en nog geen 100% garantie dat het goed zal gaan. Doorstralen met gammastralen; hiermee wordt al het leven doodgemaakt. De korrels verliezen dan ook hun leven (lees: kiemkracht) hetgeen niet gewenst is voor de vitaliteit van het voer. Autoclaveren; waar ze met drukkamers voedingsmiddelen op een milieuvriendelijke manier ontdaan van insecten via een CO₂-hogedrukbehandeling. Of ervoor zorgen dat de insecten zich niet verder kunnen ontwikkelen door de omstandigheden te creëren waarbij dat onmogelijk is.
Dat kan door de hoeveelheid zuurstof, die voor de ontwikkeling van de insecten noodzakelijk is, te beheersen door de verpakkingen gasdicht te maken en te voorzien van een beschermende atmosfeer in de vorm van een gasmengsel zonder zuurstof. Het risico van de groei van insectenontwikkeling wordt daarmee tot een minimum beperkt.
Maar daarmee stopt het verhaal niet. Want waar we enerzijds proberen insecten geen kans te geven, speelt er nog een tweede, minstens zo belangrijke factor: de kwaliteit van het voer zelf in de tijd. Iedere liefhebber weet dat goed voer meer is dan alleen een mooie mengeling van granen en zaden. Het gaat om voedingswaarde, geur, smaak, opname en uiteindelijk prestaties. En juist die eigenschappen staan onder druk vanaf het moment dat het voer geproduceerd wordt.
Zodra voer in aanraking komt met lucht, en dus met zuurstof, begint er een langzaam maar onvermijdelijk proces. Vetten reageren met zuurstof, vitamines breken af en de versheid loopt stap voor stap terug. Dit proces verloopt vaak ongemerkt, maar de gevolgen zijn duidelijk: voer dat minder fris ruikt, minder smakelijk is en uiteindelijk minder bijdraagt aan de conditie van de duif. Vergelijk het gerust met producten die wij dagelijks gebruiken. Een zak chips die te lang openstaat wordt taai, olieachtig en verliest zijn smaak. Hetzelfde gebeurt, zij het subtieler, met duivenvoer. Alleen zien we het niet altijd direct.
Juist in hoogwaardige mengelingen, waar gebruik wordt gemaakt van oliehoudende zaden zoals lijnzaad, hennep en pinda’s, speelt dit een grote rol. Deze ingrediënten zijn waardevol vanwege hun hoge energiewaardes en bijdrage aan
conditie en herstel, maar ze zijn ook gevoelig. Wanneer deze vetten oxideren, gaat niet alleen de voedingswaarde achteruit, maar verandert ook de geur en smaak van het voer. En laat nu net dat laatste van groot belang zijn.
Duiven zijn kieskeurig. Een voer dat minder fris ruikt of smaakt, wordt simpelweg minder graag opgenomen. En minder opname betekent minder energie, minder herstel en uiteindelijk minder prestaties. Daarom is het beheersen van zuurstof in de verpakking een logische en effectieve stap. Door voer niet simpelweg in een zak met lucht te verpakken, maar in een beschermende atmosfeer zonder zuurstof, wordt het oxidatieproces sterk afgeremd.
Het voer blijft langer stabiel, behoudt zijn natuurlijke eigenschappen en blijft aantrekkelijk voor de duif. Het principe is eenvoudig, maar doeltreffend. In plaats van gewone lucht wordt de verpakking gevuld met een gasmengsel, bijvoorbeeld stikstof en koolzuur. Dit zijn gassen die van nature voorkomen en geen negatieve invloed hebben op het voer, maar wel de omstandigheden creëren waarin oxidatie en insectenontwikkeling nauwelijks kans krijgen.
Het resultaat is een verpakking waarin het voer als het ware “stilgezet” wordt in de tijd. De kwaliteit zoals die de fabriek verlaat, blijft veel langer behouden tot het moment dat de zak wordt geopend. Dat heeft meerdere voordelen. Niet alleen blijft de geur en smaak beter behouden, ook de voedingsstoffen blijven langer intact. Vitamines, mineralen en essentiële vetzuren worden minder snel afgebroken. De kiemkracht van zaden blijft beter behouden en de algehele versheid blijft op een hoger niveau.
Daarnaast speelt ook de eerder genoemde insectendruk een rol. In een omgeving zonder zuurstof kunnen insecten zich nauwelijks ontwikkelen. Eventuele eitjes of larven krijgen simpelweg niet de kans om uit te groeien. Daarmee wordt een belangrijk risico bij opslag en transport sterk verminderd. Voor de liefhebber betekent dit vooral zekerheid. Zekerheid dat het voer dat hij opent, ook daadwerkelijk voldoet aan de verwachtingen. Geen verassingen, geen ongewenste beestjes en geen twijfel over de kwaliteit.
En dat is belangrijker dan het misschien lijkt. Want in de duivensport draait alles om details. Het verschil tussen winnen en verliezen zit vaak in kleine dingen. Voer dat net iets beter wordt opgenomen, net iets meer energie levert of net iets beter verteerbaar is, kan het verschil maken. Vers voer speelt daarin een sleutelrol. Het ondersteunt niet alleen de dagelijkse conditie, maar ook het herstel na inspanning en de opbouw naar prestaties. Wanneer de kwaliteit van voer tijdens opslag achteruitgaat, lever je als liefhebber ongemerkt in op dat fundament. Door voer optimaal te beschermen tegen invloeden van buitenaf, blijft de energiewaarde stabieler, blijven essentiële vetzuren beschikbaar en blijft de smakelijkheid op niveau. Duiven halen meer uit dezelfde hoeveelheid voer, wat zich uiteindelijk vertaalt in betere prestaties.
Binnen de wereld van diervoeding is deze manier van verpakken al langer bekend, maar binnen de duivensport staat het nog relatief in de kinderschoenen. Toch is het een ontwikkeling die moeilijk te negeren is. Het idee om duivenvoer te gaan gasverpakken is ontstaan door het feit dat Garvo als bedrijf deze techniek al vele jaren toepast voor vele soorten voeders voor andere dieren. Vaak in combinatie met behoefte die daarvoor bij de export nodig is gebleken. Bij die export naar veelal de warmere landen is het noodzakelijk om de producten beter tegen de warmte te beschermen. Producten die onder gas worden verpakt blijken veel beter beschermd tegen schimmels en beestjes, vooral tijdens het transport.
Daarbij is het ook gebleken dat het niet verstandig is om de zakken hermetisch vol te maken. Bij het stapelen van de zakken kan daarbij het restant gas niet uitwijken en daarmee komen de zakken onder druk te staan met het risico dat ze kapot knappen. Door iets ruimte in de zakken over te houden is daarop het risico minder. Andere voeders worden vooral vanwege de bescherming van de aanwezige vetten al onder gas verpakt en daarmee zijn ze langer houdbaar tijdens hun weg van de producent naar de liefhebbers.
De eisen die liefhebbers stellen aan kwaliteit worden steeds hoger en tegelijkertijd nemen de uitdagingen in de productie en opslag toe. Daarom is het logisch dat er gezocht wordt naar oplossingen die verder gaan dan de traditionele aanpak. Gasverpakking is daar een goed voorbeeld van. Geen wondermiddel, maar wel een doordachte stap vooruit in het behoud van kwaliteit.
Voor een fabrikant betekent dit investeren in techniek, kennis en processen. Om een product te kunnen gasverpakken dient de verpakking gasdicht te zijn. Een gewone plastic zak lijkt in eerste instantie behoorlijk gasdicht te zijn. Niets is minder waar. Zuurstofdeeltjes kunnen vrij bewegen door PE-plastic. Voor de gas barrière moet er speciaal een gasdichte laag (wel geproduceerd uit PE-plastics met een aantal extra behandelingen) gebruikt worden. Die laag wordt “gelamineerd” (=gelijmd) met de rest van de lagen PE -folie tot een stabiele gasdichte verpakking. Tegenwoordig is het vanwege milieu eisen noodzakelijk dat alle lagen verpakking uit hetzelfde basismateriaal gemaakt zijn om later weer gerecycled te kunnen worden. Het materiaal van de gasdichte zak kan dus gewoon weer gerecycled worden.
Om gasverpakking te kunnen afvullen moet er gebruik worden gemaakt van een afvulmachine die daarvoor geschikt gemaakt is. Bij ieder af te vullen zak moet er een hoeveelheid gas bij in de verpakking geblazen worden tijdens het afvullen. Daarbij wordt er gebruik gemaakt van het feit dat gas zonder zuurstof zwaarder is dan gewone lucht, en daarmee bij het instromen de zuurstof verdringt.
Voor de liefhebber betekent het gasverpakken op deze manier vooral een constanter product, minder risico’s en meer vertrouwen in wat er gevoerd wordt. Van het moment dat de grondstoffen geoogst worden tot het moment dat het voer in de voerschep belandt, zijn er talloze factoren die invloed hebben op de kwaliteit. Temperatuur, lucht, tijd en opslagomstandigheden spelen allemaal een grote rol. Door één van de belangrijkste factoren – zuurstof – onder controle te houden, wordt een groot deel van die onzekerheid weggenomen.
En uiteindelijk is dat waar het om draait. Zekerheid en vertrouwen. Weten dat het voer dat je geeft, bijdraagt aan de gezondheid en prestaties van je duiven. Als vooruitstrevend bedrijf dat voortdurend op zoek is naar praktische en effectieve oplossingen, is er daarom gekozen om duivenvoeders onder beschermende atmosfeer te verpakken. In gasdichte, volledig recyclebare foliezakken die geen zuurstof doorlaten en zo de kwaliteit optimaal beschermen.
Een stap vooruit, niet alleen in techniek, maar ook vooral in zekerheid voor de liefhebber. Want aan het einde van de dag wil iedereen hetzelfde: voer dat vers, voedzaam en betrouwbaar blijft. Van productie tot voerschep!



